KERRKADE – Stadspark Kerkrade, in de volksmond beter bekend als het Hertenpark, kent een bijzondere ontstaansgeschiedenis. Kort na de Tweede Wereldoorlog richtte Kerkradenaar Johan Essers (24 juni 1887 – 24 februari 1969) op eigen kosten een hertenpark in op een voormalige vuilstortplaats. Als groot natuur- en dierenvriend hield hij hier niet alleen herten, maar ook andere dieren.
Johan Essers was daarnaast grondlegger van Essers Spiegel- en Glasslijperij. Zijn initiatief groeide uit tot een geliefde plek voor ontmoeting en ontspanning voor jong en oud.
Als eerbetoon en dank aan Johan Essers is op 24 februari 2026 een plaquette over Johan Essers onthuld door initiatiefnemer Leon Essers,
aldus wethouder Alexander Geers.
Met de plaquette krijgt de oprichter van het Hertenpark een blijvende plek in de geschiedenis van de stad.
Tijdens de bijeenkomst verzorgde stadsdichter Maurice Hinzen een voordracht van zijn gedicht Heem kómme, waarin hij Johan Essers op treffende wijze kleur gaf en zijn betekenis voor Kerkrade onderstreepte.
Van stortplaats tot stadspark
Het Hertenpark ligt ingesloten tussen Kerkrade-Centrum (Koningsweg) en het Erensteinerveld. Al in 1933 had de VVV-afdeling Kerkrade plannen voor een hertenpark. Hoewel deze plannen destijds niet werden gerealiseerd, werd aan de rand van het Hambos wel een VVV-visvijver aangelegd.
Het bovenste gedeelte van het huidige stadspark, langs de Niersprinkstraat, diende van circa 1933 tot 1947 als puinstortplaats. Een ander deel werd verhuurd voor volkstuintjes. Na de oorlog nam de belangstelling hiervoor af en legde de gemeente wandelpaden aan, waarmee de basis werd gelegd voor het huidige stadspark.
Na de sluiting van de vuilstort begon Johan Essers op een geprepareerd gedeelte aan de bovenkant van het park met zijn hertenpark. Toen de onderhoudskosten uiteindelijk te hoog opliepen, nam de gemeente het park van hem over. Daarmee werd zijn particuliere initiatief een blijvende publieke voorziening.

